Harvard aan de Amstel
Wekelijkse persconferentie met Asscher

Harvard aan de Amstel

Harvard aan de Amstel; de utopische universiteit van de Amsterdamse bestuurders.

“We kunnen kennisinstellingen laten groeien. Ik pleit voor een topinstituut in de stad, een Harvard aan de Amstel. Dat moet echt goede opleidingen op dit (economische) gebied aanbieden.” stelde Lodewijk Asscher, voormalig Amsterdamse wethouder van Economische zaken, toen Barclays stelde te willen investeren in de UvA bij een overname van de ABN-AMRO. Asscher is niet de eerste of de laatste die over de Harvard aan de Amstel heeft uitgesproken. Meerdere Amsterdamse bestuurders hebben deze wens uitgesproken voor de UvA. Maar wat betekent dat eigenlijk een Harvard aan de Amstel? Het is de titel van een buitenlands topuniversiteit gekoppeld aan een rivier in de buurt. Harvard is een van de meest prestigieuze universiteiten ter wereld, met hoge toelatingseisen waar hoge collegegelden worden betaald. Hoogleraren hoge salarissen krijgen en je grote kans hebt op een uitstekend betaalde baan als je bent afgestudeerd. Klinkt best aanlokkelijk, een topuniveristeit die Amsterdam op de kaart brengt met een respectabele academie om de kenniseconomie te stimuleren.

Inzoomend op de UvA om te zien welke maatregelen worden getroffen om zo’n instituut te realiseren wordt duidelijk dat zo’n universiteit helaas niet zo rooskleurig is voor alle (toekomstige) studenten.

Binnen de universiteit is een trend gaande waarbij meer wordt ingezet op internationalisering. Onderdeel hiervan zijn de duurdere Engelstalige opleidingen, zoals de studie PPLE (Politics, Psychology, Law and Economics) of de AUC (Amsterdam University College). Daar waar normaal een voltijdstudent €1.951 betaald wordt van PPLE-studenten € 3.902 gevraagd. Dit verdubbelde tarief is nodig omdat deze opleiding docenten ‘huurt’ uit de verschillende faculteiten en het ook voor hen aantrekkelijk moet maken daar les te geven en omdat het valt onder de regelgeving van kleinschalige ‘intensievere’ opleidingen. Het effect hiervan is wel dat de toegankelijkheid van dit soort studies aan de UvA worden verslechterd zonder dat daarbij vraagtekens worden gezet. Een internationaal georiënteerde studie is blijkbaar alleen mogelijk voor studenten dit het dubbele wettelijke college geldtarief willen/kunnen betalen.

Een andere component van internationalisering is het binnenhalen van de internationale studenten. Dit sluit naadloos aan op het idee uit Den Haag dat Nederland zijn kenniseconomie moet versterken. De kennis die buitenlandse studenten op kunnen doen aan de universiteit wordt gezien als een Nederlands exportproduct. Deze commercialisering wordt ook wel kennisvalorisatie genoemd. Studenten uit de Europese Economische Ruimte (EER), de EU, Zwitserland en Suriname betalen net als Nederlandse studenten het wettelijk collegegeldtarief. Voor studenten buiten dit gebied is deze kennis wat duurder. Afhankelijk van de studie betalen zij het instellingstarief variërend van €9.000 tot €25.000. In het kader van deze kennisvalorisatie is de vraag of de Universiteit een voorkeur gaat krijgen voor de kennisconsumenten boven de ‘gerechtigden’ hiervan. Deze vraag is momenteel van toepassing op de bestaande Engelstalige studies van de UvA als de nieuwe studies die als paddestoelen uit de grond schieten.

De toegankelijkheid van de UvA dreigt nog meer te verslechteren. De schakeltrajecten die HBO’ers en andere niet-WO’ers kunnen voorbereiden op de UvA-masters dreigen te verdwijnen. Wanneer het HBO-diploma is behaald zijn er studenten die de ambitie hebben om door te studeren en een WO-master te volgen, hiervoor konden zij voorheen aanschuiven bij de WO-bachelors om de essentiële vakken te volgen binnen één schakeljaar. Echter heeft het CvB aangegeven dat vanaf het academische jaar 2016-2017 dit aanschuifonderwijs niet meer mag. Dit betekent letterlijk het verwerkelijken van een ‘klassensegregatie’ tussen HBO’ers en WO’ers. Klaarblijkelijk horen in hun retoriek HBO’ers nou eenmaal niet tot de elitestudenten, waar verdere onderbouwing ontbreekt. Maar wat nog kwalijker is, is dat deze schakelpakketten niet meer zullen worden bekostigd door het CvB waardoor opleidingen geneigd zijn de pakketten te laten vallen. Als dit doorzet impliceert dit dat elke student met een afgeronde HBO-opleiding voor een dichte deur van de UvA zou staan. Dit betekent in kleinere mate afbraak van de meritocratische samenleving en in grotere mate het ontnemen van de mogelijkheid tot een WO-master voor ambitieuze en talentvolle studenten.

De UvA presenteert zich als een openbare universiteit maar het lijkt erop dat binnenin het instituut geleidelijk wordt gebouwd aan een private ‘selectieve’ universiteit. Een universiteit die alleen de ‘beste’ aanneemt zodat zij ook de beste kan afleveren om in de tussentijd zoveel mogelijk aan hen te verdienen. Als de UvA zich zou kunnen prijzen om haar goede ‘instroom’ dan hoeft zij zich minder te focussen op de daadwerkelijke kwaliteit van het onderwijs en het zelf ontwikkelen van talentvolle denkers. Dan vraag ik mijzelf hardop af: ‘Is dat de ‘Harvard aan de Amstel’?’ ‘Is dat de weg naar de top van de QS World University Rankings?’Is dat waar de Amsterdamse bestuurders aan appelleren?’ Zo ja, dan is het tijd voor een herdefinitie van een topuniversiteit!

Door: Moataz Rageb

Author: UvA sociaal

Comments are disabled.